Hoe worden onze wegen onderhouden?

Onlangs gingen de jaarlijkse onderhoudswerken aan een aantal Dilbeekse straten van start: de toplaag asfalt wordt in een aantal Dilbeekse straten vernieuwd. Vaak krijgen we dan de terechte vraag: waarom die straat en die niet? En daar was het toch niet nodig? Een woordje uitleg is op zijn plaats…

De statistiek

Dilbeek heeft een wegennet van meer dan 250km. Indien je straten met 2 rijrichtingen meetelt kom je aan ongeveer 300km. Hier komen nog 120km voetpaden en een 40-tal km fietspaden bij. Onverharde en trage wandelwegen tel ik gemakkelijkheidshalve niet mee (maar die moeten uiteraard ook onderhouden worden).

Toen ik schepen werd in 2013, bevoegd voor openbare werken, was mijn eerste werk het opmaken van een gedetailleerde inventaris. Ik noemde het toen: de verdoken schuldenberg. Ongeveer 16% van de wegen bevond zich toen in slechte staat, 23% in een ‘enigszins aanvaardbare toestand’. Samengevat: aan zeker 40% van de wegen moest iets gedaan worden.

Aanpak

De uitdaging is tweeërlei: enerzijds de slechte wegen aanpakken, anderzijds ervoor zorgen dat wegen in goede staat niet op korte tijd snel achteruitgaan. Een weg verslijt namelijk sowieso. De snelheid van slijtage hangt ook hier weer af van verschillende factoren: de staat van de fundering, het aantal verkeer dat de weg gebruikt, gebruik door zwaar verkeer (vrachtwagens en bussen) enz…

Wegen moeten dus blijvend onderhouden worden om de levensduur te verlengen. Andere wegen zijn in zo’n slechte staat zodat ze volledig vernieuwd moeten worden. Op deze 2 sporen rijden we.

Spoor 1: onderhoudswerken

In 2018 is er een volledige inspectie gedaan van alle wegen. Op basis van dit werk, stellen we een wegenrenovatieplan op. Dit geldt hoofdzakelijk voor wegen in asfalt. Wegen in beton of klinkers of de beruchte Dilbeekse “olifantenpoten” kunnen niet geasfalteerd worden.

Wegen in asfalt vertonen – afhankelijk van de intensiteit van het gebruik – vanaf 10 jaar sporen van slijtage: scheuren, kleine oneffenheden, lichte verzakkingen. Op onderstaand beeld zijn dergelijke voorbeelden te zien.

Beeld van straat in de wijk Achter d’Abdij

Tenbroekstraat

Indien deze straten tijdig voorzien worden van een nieuwe toplaag (ongeveer 4 cm asfalt wordt afgeschraapt en vernieuwd), dan kun deze straten weer minstens voor 10 jaar verder. In rustige straten kan dat zelfs 20 jaar zijn.

Indien dat NIET gebeurt, dan gaat het van kwaad naar erger en wordt ook de fundering aangetast waardoor diepe putten zullen ontstaan. Een herstel zal dan eerder als een pleister op een houten been zijn. Een structurele aanpak (inclusief fundering) is dan nodig maar is doorgaans ook minstens 10 à 20 keer duurder. De werken duren veel langer, om maar te zwijgen over de hinder voor het verkeer.

Spoor 2: structurele werken

Jammer genoeg zijn onze wegen in het verleden weinig systematisch aangepakt. Bovendien dateren veel wegen van de jaren 50 waarbij de normen voor wegenopbouw veel lager lagen. De intensiteit van het verkeer was toen ook van een andere aard. Wegen in kasseien met een laag asfalt over, klinkers op een gewoon zandbed, asfalt op een beperkte steenslagfundering enz. In veel gevallen zijn deze wegen ook overgedimensioneerd en niet aangepast aan de huidige noden: brede weg, smal voetpad, geen fietspad.

Bij de aanpak van deze wegen is er dan ook de opportuniteit om alles grondig te vernieuwen (riolering, nutsleidingen) en ze aan te leggen naar de normen van vandaag. Bredere voetpaden, meer groen en op drukke ontsluitingswegen ook een fietspad. Zeer grote investeringen maar indien regelmatig en tijdig ‘spoor 1’ gevolgd wordt, kunnen deze wegen makkelijk 50 tot 100 jaar mee.

De Ternatstraat in Bodegem werd volledig vernieuwd: nieuwe stevige fundering, nieuwe rioleringen, 3 lagen asfalt, fietspaden, verhoogde busperrons,…

Prioriteiten

Wat betreft onderhoudswerken volgen we zo veel als mogelijk het wegenrenovatieplan waarin staat welke straat wanneer vernieuwd moet worden. Jaarlijks trekken we hiervoor 500.000 euro uit.

Wat betreft de grote infrastructuurwerken zijn er verschillende criteria om de prioriteiten te bepalen:

  1. De staat van de weg
  2. De nood aan rioleringswerken. Sommige straten hebben nog geen of zeer slechte riolering. Of er is onvoldoende capaciteit om regenwater op te vangen (overstromingsgevaar).
  3. Verkeersveiligheid. Drukke wegen zonder voldoende voorzieningen voor voetgangers en/of fietsers. Gezien het hier vaak gaat over drukke wegen, ligt de snelheid van slijtage ook hoger. Een heraanleg met stevige fundering is dan ook dadelijk een opportuniteit waardoor de levensduur sterk kan opgetrokken worden.
  4. Dorpskernen. Onze kernen lagen en liggen er vaak slecht en triestig bij. Doorgaans is ook daar nood aan een structurele aanpak en nieuwe rioleringen (denk maar aan de vele oude klinkers in centrum Dilbeek bvb). Ook ruime voorzieningen voor voetgangers, aangename zitplekken, groen, overzichtelijk parkeren,… ontbreken vaak.
  5. Wegen in betonplaten waar veel en zwaar verkeer passeert. Deze betonplaten zijn vaak op de blote grond gelegd en liggen los. Dat veroorzaakt veel hinder voor omwonenden.

Over een hele legislatuur (6 jaar) wordt hier al snel 15 miljoen euro voor uitgetrokken.

Voor een overzicht van afgelopen en geplande werken per categorie: werken in Dilbeek

Dit bericht werd geplaatst in Gemeente(raad) Dilbeek. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie